|
Messelbroek,
gelegen in het noorden van het golvend Hageland, kwam voor het eerst in de
bekendheid door schenkingen die prins-bisschop Hendrik III verrichte bij de
stichting van de abdij van Averbode in 1134. Door schenkingen van de hertogen
van Brabant aan de abdij van Averbode, kwam deze abdij in het bezit van de
tiendheffingen in de parochie.
Wanneer
of hoe de parochiekerk St.-Michiel als patroonheilige kreeg, is niet geweten. De
naam Messelbroek zou voortkomen van benamingen als Messelbuch, Messelbuck,
Misselbuch en Misselbroeck, die alle 'Mestbroek' (laag
moeras) zouden betekenen.
Volgens
meester Frans Jans (1909-1955) zou de naam Messelbroek evenwel afkomstig kunnen
zijn van Joannes of Jan van Misselbroeck, die zijn vesting (fort) zou
hebben gehad tussen Demer en Brielstraat. Op de vermoedelijke plaatst is er nog
steeds een verhoging en daar zijn bij akkerbouw stenen aangetroffen die dit
vermoeden enigzins staven.
Joannes
van Misselbroeck zou zijn bezit afgestaan hebben aan de kerk. De vesting, die de
naam "Montfort" droeg, is tijdens de Spaanse overheersing
verwoest.
Ons
dorpje, met zijn 556 ha, kan zeker niet groot genoemd worden. Een groot gedeelte
ervan ligt in de Demervallei (14 meter boven de zeespiegel). Naar het zuiden toe
zijn er twee heuvels, die nog tot in de helft van deze eeuw bewerkt werden, maar
nu bedekt zijn met naaldbomen. Op de Wijngaardberg (45 meter)- de naam
doet het al vermoeden - werd in de vorige eeuwen aan wijnbouw gedaan. De Waaiberg,
grenzend aan de Engelenberg, waar ook de scheiding met Keiberg doorloopt,
is met zijn 47 meter het hoogste punt. Van daar kon men vroeger bij heldere
hemel de zware St.-Romboutstoren van Mechelen waarnemen; door de beplanting is
dit nu echter niet meer mogelijk. Voorts bestaat het grondgebied van Messelbroek
uit zanderige gronden, die zeker niet geschikt waren om er zich als keuterboerke
probleemloos door het leven te slaan. In de zeventiende eeuw richtte de hertog
van Aarschot een boottrekkersgilde op, voor Messelbroek en Testelt samen, om
alzo de arme bevolking enig inkomen te bezorgen. Arm waren ze inderdaad, maar
daarom niet minder gelukkig.
|
|
Sint-Michielskerk
Rond
1500 werd er aan deze kapel een koor en een klokkentoren toegevoegd. Deze kerk
was ongeveer 13 meter lang. De vierkante toren, die onderaan in bruine zandsteen
werd opgetrokken, werd bekroond met een hoge met leien afgedekte torenspits. In
deze toren hingen toen drie klokken: twee grote en een kleine. In 1765 werd deze
kerk afgebroken en vervangen door een nieuwe, gebouwd door Gregorius Godissar,
een lekenbroeder van de abdij van Averbode. Deze kerk werd afgebroken in 1908.
De
huidige neogotische kerk, met uitzondering van de toren, werd gebouwd in 1909
onder leiding van architect P. Langerock. De inwijding vond plaats op
woensdag 11 mei 1910. Het geheel is opgetrokken in baksteen met sierelementen in
zandsteen.
De
zware vierkantige westertoren is opgetrokken in baksteen en omgeven met een
muurwand in ijzerhoudende zandsteen van de streek.
Hij
dateert van de vijftiende eeuw en heeft vermoedelijk nog de torenspits van 1717.
De toren werd volledig hersteld in 1993. Het gelijkvloers van het
torengebouw is afgedekt met een platte zoldering. De vloer is geplaveid met
witte en blauwe tegels.
De
eerste verdieping, waar thans het orgel staat, is voorzien van een bakstenen
kruisgewelf. In het snijpunt der ribben zit een sierlijk gebeeldhouwde
sluitsteen, daterend uit de 16de eeuw. Deze sluitsteen draagt een wapenschild
met een kruis met vier lelies. Een rond venster, dat uitgeeft in de één meter
dikke voorgevel zorgt voor de verlichting van deze torenruimte. De tweede
verdieping is een leegstaand vertrek.
De
twee klokken bevinden zich in de derde torenverdieping, die langs elke
muurwand voorzien is van twee gotische galmgaten.
|