|
De
mensen in de omgeving zeggen niet "Schoonderbuken", maar
"Schunnebroek". De naam Schoonderbuken zou onstaan zijn
toen er mooie beuken stonden nabij de kerk. De oudste spelling is evenwel
Sconderbuke (1623), Schoonderboken (1287), Schoerebuken
(1287), Scoonderbuke (1323). Met broek hebben die namen geen
betrekking. Het woord buke komt van buce, buxus in het Latijn en dit betekende
oorspronkelijk gewoon "boom". Sconrebuke betekent dan niets anders
dan "schonere bomen"
Schoonderbuken
behoorde eerst tot de gemeente Zichem. In 1610 samen met Scherpenheuvel en
Genenberge (verzamelnaam van Schrans en Groenheuvel) van Zichem gescheiden, en
uitgegroeid tot een belangrijke parochie van Scherpenheuvel. De plaats is
ontstaan in 1134, en dus veel ouder dan de moedergemeente Scherpenheuvel. De
eerste bewoners hebben hun akkers moeten veroveren op de bossen; daar de
opbrengst van de grond en van de dieren onvoldoende was om te voorzien in hun
levensonderhoud, bonden ze bezems, vandaar nog de huidige spotnaam
"bezembinders". Het ontstaan van dit beroep vindt zijn oorsprong in
de aanwezigheid van een tamelijk grote oppervlakte heide in de onmiddellijke
omgeving. Het binden van bezems was op zichzelf geen zware arbeid, ze moesten
ook verkocht worden. Dit gebeurde meestal in de winkels van de steden. Zo is
het geweten dat ze hun waar aan de man brachten in Leuven, Brussel, Waterloo,
ja zelfs ver in het Walenland.
In
een latere periode stellen we vast dat de mannen tijdens de zomerperiode naar
de grote Waalse hoeven trokken, en daarbij moest de bezem langzamerhand
de plaats ruimen. Altijd hebben ze zware arbeid verricht. Zo ook tijdens de
periodes dat ze naar de Waalse steenovens trokken. Er werd gewerkt van
's morgens tot 's avonds laat. De technische vooruitgang, inzonderheid op het
gebied van de landbouwmachines, had tot gevolg dat de seizoenarbeid in het
Walenland verdween. De arbeiders van Schoonderbuken, vonden nog slechts werk
op de "travaux", de grote openbare werken.
Omstreeks
1862 woonden links en rechts van de Houwaartstraat, Groenhoef en Schrans
meegerekend 750 mensen of 133 gezinnen. Twee derde van de woningen waren
opgetrokken uit hout en leem. Een derde van de woningen waren gebouwd uit
ijzersteen, schollen die men ter plaatse vond in de heuvels. Vanaf 1862 gaf Amandus
Van Welden les over het ABC in een vervallen lokaal waar nu de
gemeenteschool staat. Op 1 oktober 1868 was men zover dat Jan Glazemakers, als
eerste onderwijzer, les gaf en zijn vrouw Virginie van Uffelen handwerk gaf
aan de meisjes die naar school kwamen. Omstreeks 1870 waren de wegen nog in
slechte staat. Bij wintertijd kon men Schoonderbuken noch te paard noch te
voet bereiken. De kinderen moesten door diepe modderwegen naar School. Er kwam
in 1887 verbetering door het doortrekken van de steenweg tot aan het Miskruis.
Rond 1930 zijn de landbouwers in aantal toegenomen en verkopen hun eigen
gewin: aardappelen, boter en eieren. Ook treft men reeds verschillende
stielmannen aan zoals metsers, smeden, schoenmakers, slachters en winkeliers.
Het proces van de vernieuwing ging verder en heel wat mensen beschikten over
grond die men voor en na bewerkt.
|
|
Sint-Jozefkerk
In
1872 stond de kerk recht en riep het eerste noodklokje de parochianen naar de
kerkelijke diensten. De voorlopige wijding zou plaatsvinden op 6 oktober 1873.
Onder de aanwezige bevonden zich de heer Sprong, directeur bij het Ministerie
van Binnenlandse Zaken, de heer Van Arenbergh, provinciaal bouwmeester, de
heer Haan, professor aan de universiteit van Leuven, en zijn echtgenote,
beiden grote weldoeners van de nieuwe kerk. Waren ook aanwezig: Z.E.H.
Bergeys, deken van Diest, Z.E.H. Jonghmans, pastoor van Scherpenheuvel, en
vele anderen. De plechtige wijding van de kerk gebeurde door kardinaal
Goossens op 8 oktober 1895. Toen waren er een 40-tal genodigden en werden 150
broden uitgedeeld aan de armen.
[
Bibliografie: Arthur Buelens, 'Het Oude Zichem en Scherpenheuvel' ]
|