Zichem

 

Website Zoom


Home


Ernest Claes

Keiberg

Maagdentoren

Okselaar


 

Zichem


Beknopte geschiedenis

Voordat de aartshertogen Albrecht en Isabella tussen 1605 en 1610 Scherpenheuvel tot een burgerlijk zelfstandige gemeenschap uitriepen, maakte Scherpenheuvel deel uit van Zichem in het land van Zichem, dat op zijn beurt behoorde tot een Zuid-Brabants geheel.

Omstreeks 1000 was het grondgebied van het huidige Hageland verdeeld over vier rechtsgebieden: het graafschap Leuven, het graafschap Aarschot, de heerdij Diest en het graafschap Brunengeruz.

In 1212 moet Zichem reeds een hele agglomeratie geweest zijn, want de Brabantse hertog Hendrik I vermeldt het als één van de vroeger gestichte steden, hetgeen betekende dat ze een eigen bestuur hadden.

Administratief maakte Zichem deel uit van het land van Zichem; dit laatste, de meierijen van Leuven, Herent en Lubbeek, de jurisdictiën van Aarschot, Wezemaal, Heverlee en Diest, de baanderij van Rotselaar en het land van Sint-Agatha-Rode vormden samen het kwartier van Leuven.

In 1386 verstevigde de heer Reinier van Schoonvorst de Jonge de wallen en bouwde de burcht. Binnen de muren bevond zich een lakenhalle die het verhandelen van het laken moest verbeteren.

De Zichemse economie steunde toen op deze lakennijverheid, en op veeteelt.

De stad had drie toegangspoorten: de Driessepoort in het zuidwesten, de Diestersepoort in het zuidoosten en de Dijkerpoort in het noorden. De grote gracht die rond de stad vloeide, werd gevolgd door de Demer. De oude Demer belette invallen uit het noorden. De vestingen waren 35 tot 40 meter breed.

Tussen de oevers van de grachten en deze wallen was een strook grond van 10 meter. Binnen de stadsmuren bevond zich dan de burcht, zodat het geheel een betrouwbare en veilige vesting vormde.  

Zichem zelf  geraakte omstreeks 1440 in verval. De bevolking, die in 1437 nog 2400 mensen telde, viel terug tot 750. Vele zichemnaars trokken weg, de streek werd geteisterd door overstromingen en ziekten.

In februari 1578 beleefde Zichem de zwaarste dagen uit haar geschiedenis. Alexander Farnese liet zijn soldaten in de richting van Diest vertrekken om uit te rusten. Toen ze in Rillaar aankwamen, vernam Fernese, dat de stad Zichem (het bolwerk van Oranje), eigendom van Wiilem, de leider van de"geuzen" zich verzette tegen de overgave. Farnese beval dat Zichem moest vallen vóór de legers naar Diest trokken. Hij beloofde dat bij weigering van overgave, er geen levende ziel zou overblijven. Zichem weigerde zich over te geven. De commandant van de stad; de Antwerpenaar Jan van Lier antwoordde: Wij hebben alles om ons te verdedigen, en zullen niet buigen voor de troepenmacht.

Het verzet moest dan maar gewapender hand gebroken worden. Farnese stelde zijn troepen op aan de Driessepoort en viel tegen de middag aan. Maar hij stuitte op hevig verzet, geraakte toch de stad binnen en moordde het grootste deel van de bezetters uit. Vrouwen en kinderen werden gespaard.

Een 200-tal soldaten van het Zichemse garizoen konden aan de moordpartij ontsnappen en zich verschansen in de burcht, waarvoor ze een aarden wal hadden opgetrokken. Die werd door de soldaten en Farnese zelf afgegraven. 150 soldaten trachten de Demer over te steken, maar werden door de achtervolgende Spanjaarden afgemaakt.

De burcht werd door de Spanjaarden ingenomen, en gedurende de ganse nacht werden de Zichemnaars op wreedaardige wijze vermoord. Sommige bronnen vertellen dat de soldaten met een hamer gedood werden en daarna twee aan twee in de Demer geworpen.

Over het lot van commandant Jan van Lier bestaat het volgende verhaal: hij zou boven op de burcht opgehangen worden, maar de officieren van Farnese vroegen of ze hem niet mochten onthoofden. Dat was tenminste geen vernederende dood. Tijdens een moment van onachtzaamheid van de Spanjaarden sprong van Lier in de burchtgracht, doch hij overleefde zijn val. Hij werd uit het water gehaald en terug naar boven gevoerd en opgehangen.

Waarom Farnese zo gewelddadig optrad in Zichem, is niet helemaal duidelijk. Voor of na de plundering van Zichem heeft hij nooit zo brutaal opgetreden. Was het een voorbeeld voor de andere steden die zich wilden verzetten? Diest en Zoutleeuw wilden het lot van Zichem niet ondergaan en gaven zich gewillig over aan de Spanjaarden.

Deze digitale foto hierboven, van een oude gekleurde prent, is ons toegezonden door Dhr. Etienne Duyckaerts, Conservateur van het museum Louvain-la-Neuve, waarvoor onze dank.

Bezoek hier de site van het museum.

top


In 1578 brak ook nog een pestepidemie uit, alsof de slachting nog niet genoeg was geweest. Datzelfde jaar viel een bende baanstropers Zichem binnen; ze mishandelden de bewoners en plunderden de stad. In 1580 teisterde een aardbeving onze contreien, met als gevolg dat een deel van de burchttorens instortte. Toen vielen ook nog eens de geuzen de stad binnen en richttten tal van verwoestingen aan. Onder getier en gezang hielden zij de mensen te gek en te spot.

In 1583 heroverden de Spanjaarden de stad, de vluchtende geuzen brandden de Heilige-Geestmolen af en Godefriedus van Thienwinckel, pastoor van Zichem, keerde na een ballingschap van drie jaar terug naar zijn parochie, en vond zijn kerk vol stro, vuiligheid en stukgeslagen beelden. In 1584 werden de mensen door belastingen en afpersingen uitgebuit. Velen stierven van ontbering bij gebrek aan voedsel. Enkele leefden van kruiden en geronnen kaas.

In 1599 veroverden de geuzen nogmaals de stad, stalen 200 koeien en paarden en brandden de stad af.

Deze eeuw van oorlog, ellende en epidemieën betekende de doodsteek voor de Zichemse economie. In 1577 waren er nog 274 gezinnen, in 1592 bleven er nog 26 over. Godefriedus van Thienwinckel heeft dit alles gedurende zijn herdersambt van 38 jaar beschreven in 't latijn.

Hij was het die als eerste de Mariaviering op gang bracht en aan het hoofd van zijn parochianen naar de heuvel van de mirakelen trok, om er te bidden en steun af te smeken voor zijn pelgrims, slachtoffers van hervormingen, geuzen en plunderende soldeniers.

top


Inhuldiging van het beeld van Don Jon, de Spaanse ruiter op de rotonde te Zichem

(18 september 2005)

hieronder de toespraak van burgemeester Manu Claes en enkele foto's.


Geachte genodigden,

 

Namens het stadsbestuur heet ik u allen hartelijk welkom op deze samenkomst naar aanleiding van de inhuldiging van het beeld van  Don Jon , de Spaanse ruiter.

 

Wij vieren dit jaar 4 eeuwen Scherpenheuvel. In 1605 kreeg Scherpenheuvel rechten en vrijheden van de toenmalige landvoogden Albrecht en Isabella. In dit feestgebeuren mocht- zo vonden wij vanuit het stadsbestuur-het verhaal van Zichem zeker niet ontbreken. De geschiedenis heeft nl. haar rechten. In 1134 al wordt de naam Zichem vermeld, lang voordat er nog maar sprake was van Scherpenheuvel.  Zichem was een belangrijke stad in het oude hertogdom Brabant en zij verwierf vrijheden in 1302.

 

De nederzetting groeide in de loop der eeuwen uit tot een vestingstad die een belangrijke rol speelde in de handel via de scheepvaart op de Demer.

In de loop van de 14e was Zichem een echte stad met stadswallen, stadspoorten, een gasthuis,een lakenhalle en een begijnhof. Enkel de Sint Eustachiuskerk en de Maagdentoren bleven in de loop van de geschiedenis overeind.

Eind 16e eeuw kwam Zichem, dat ondertussen samen met Diest onder het bestuur van het huis Oranje- Nassau gekomen was, terecht in de spiraal van de godsdienstoorlogen.

Alexander Farnese, de hertog van Parma, werd door de Spaanse koning naar de Nederlanden gestuurd om de opstandelingen tot andere gedachten te brengen. Niets zou Farnese tegenhouden. Zichem moest absoluut ingenomen worden  om Diest te kunnen veroveren. De Oranjestad weigerde zich echter over te geven. De gevolgen waren verschrikkelijk. Zowel het leger van de prins van Oranje als de bevolking van Zichem werd zo goed als compleet uitgemoord en de stad werd geplunderd en platgebrand. Gebouwen werden zwaar beschadigd en de handel kreeg zware klappen. Die rampzalige 21 februari 1578 zou Zichem nooit te boven komen.

 

De moed waarmee de stad Zichem weerstand heeft geboden en de zware afstraffing die volgde, lieten een diepe indruk na in de Nederlanden. Zichem zou de geschiedenis ingaan als dé martelaarsstad van de Zuidelijke Nederlanden in de Tachtigjarige oorlog.

 

Vandaag brengen wij met het beeld van Don Jon ,de  Spaanse ruiter de bloedige verovering van de stad Zichem en vooral het moedige verzet van de Zichemnaars in herinnering..

Het gaat niet om een zegevierende Spanjaard, maar wel om een Spaanse soldaat, doodsbenauwd bij de aanblik van het opstandige Zichem. Zijn paard steigert schichtig en voelt de beklemmende onzekerheid. Met heel veel moeite kan de ruiter, steunend op zijn lans, zich in het zadel houden.

Het is niet de ruiter die als overwinnaar uit dit verhaal komt, maar wel de Zichemnaar die moedig weerstand heeft geboden tegen de overmacht van het Spaanse leger. Het is een eerbetoon aan de Zichemse bevolking van weleer voor haar dappere houding tegen de Spaanse veroveraars. Het stadje durfde het aan om weerstand te bieden aan de Spaanse troepen tegen beter weten in, beseffende dat het met de grond zou gelijk gemaakt worden.

 

Van waar die onverzettelijkheid? Dit heeft allicht te maken met het karakter van de Zichemnaar, zoals beschreven door Ernest Claes. Ik citeer: “ Hij is tamelijk blufferig aangelegd en doet nogal druk, maar is in de grond een doodgoede lobbes, ongevaarlijk, die geen mens kwaad zal doen en die nooit uit zichzelf zal gaan vechten “. Maar de Spanjaarden hadden hem uitgedaagd… . En verder: ”Hij wil zijn zin volgen tegenover alles en iedereen omdat hij overtuigd is groot en wijs genoeg te zijn om zelf te weten wat hij te doen en te laten heeft. Bovendien is hij allergisch voor al te autoritair gezag. Al wie zich wat teveel met hem bemoeit of op dictatoriale wijze veranderingen tracht door te voeren, krijgt vaak het deksel op de neus. De mannen, maar evenzeer de vrouwen, zijn niet van hun stuk te brengen, zijn rap van tong en vlug in hun wiek geschoten. Een Zichemnaar overbluffen is onbegonnen werk. Eer, plicht en hulpvaardigheid worden hoog in het vaandel gedragen”.

 

Bij deze gelegenheid past het een aantal mensen te vermelden. Op de eerste plaats uiteraard de kunstenaar Karel Haderman uit Waanrode, die ik wil feliciteren met het geleverde werk. Hij heeft met dit beeld de vrijheidsdrang en de onverzettelijkheid van de Zichemnaar op sublieme wijze vastgelegd voor de volgende generaties. Ook gaat mijn dank uit naar de mensen van het Vlaamse Gewest. Inspecteur-generaal Chris Caestecker van Wegen Vlaams Brabant heeft zich laten verontschuldigen maar de heer  ...is hier aanwezig. Door uw medewerking kunnen wij de Spaanse ruiter plaatsen hier op deze rotonde langs deze gewestweg, waar toendertijd ongeveer de Driessche poort moet geweest zijn, de plaats waar Farnese op 21 februari 1578 in de vroege ochtend besloot de aanval in te zetten.

Uiteraard dank ik ook de mensen van de harmonie Sint Cecilia De Heren van Zichem en de fanfare Sichems Demerzonen, die bereid gevonden werden deze korte plechtigheid.op te luisteren. Tevens vermeld ik dat ik om mijn toespraak te stofferen dankbaar gebruik heb gemaakt van de boeken van Ernest Claes maar vooral van het werk van onze plaatselijk historicus Kjell Corens, waarvoor mijn dank.

Ik nodig iedereen na deze plechtigheid uit op de receptie in de raadzaal van het OCMW. Daarna is iedereen vriendelijk uitgenodigd op de historische evocatie aan de Maagdentoren.

Bij een inhuldiging hoort natuurlijk muziek

top

Don Jon, de Spaanse ruiter

top

Burgemeester Manu Claes

top

Schepen Marc Decat hield ook een korte toespraak

top

Velen kwamen een kijkje nemen,

waaronder enkele bekenden.

top

top

top

Burgemeester Manu Claes en schepen Marc Decat feliciteren kunstenaar

Karel Hadermann uit Waanrode, die vier maanden aan het beeld werkte

top

Daarna met z'n allen richting receptie

top

ook kunstenaar Karel Hadermann

top

In de raadzaal van het O.C.M.W. was een korte receptie

top

top


 

 


|  Best Screen: 1024 x 768   |  E-mail ons  |  Disclaimer  |  Broken Links  |